header.png
zondag 17 november 2019

Heijse Woorden

Als er iets niet correct is of als U meer Heijse woorden weet,
laat dit dan weten via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

uit het schrift van M. Manders-Muskens

 

A  
Aankhölt waar 't geslachte varken aanhangt
Auws links of tegen de keer in
Anstóke in 'n cafe 'n borreltje of glas drinken
Ald oud
Alder ouder
Aorig eigenwaardig of ziek eruit zien
Afspikkeliere loeren of afkijken
Aord inhoudsmaat of kruik (drank)
Aosem / Aojem adem
Alterráge wat 'n gedoe, of werk op mijn hals halen
   
B  
Boeremoes Boerenkool
Blöje mangelblad voor de varkens
Blote telder blote kond
Bout oogsttijd
Bessem bezem
Ben mand
Bëum boom
Betëid bedoeld
Bluudje klein kind
Bliënden vensters
Baolslob schort van jute
Bëije bidden
Böks broek
Buukriem buikspek van 't varken
Bëej bijen
Bruspot kookpot voor 't varkensvoer
Bewaorschöl kleuterschool
Bandele hoepelen
Bemmele bungelen
Böken boeren of oprispen
Blaok rook of stoom
Blieken gluren
Bloiers blaren
Böl bollen
Bikkel knikker
Bikkele knikkeren
Bowschoen schoenen voor op 't land
Biender snelbinder op de fiets bijvoorbeeld
Betietelijk sjiek
Blieken gluren
Bliende welt, wat grabbelt ge in den duuster blinde wereld, wat tast je in het duister
Brilleschei brille-etui
Border holt houtschans of hoop
Balsturig onstuimig
Boest klein dik jongetje of meisje
Boks wortelstronk van een boom
Bindels kousen of sok-ophouders
Blauw menneke soort vink
Befke kraag
Bukkum vissoort
Bressem brasem (vissoort)
Bratse zweren op je lichaam
Brombére kruisbessen
Bandelle met 'n wiel en stok hardlopen en met de stok
al tikkend de band mee voortbewegen
Buukziek rotte appel of peer
Bats zitvlak / bil of platte schop
Bazeroen werkhemd of kiel
Belléke schreien of janken
Bescheid geve waarschuwen of laten weten
Bietse stelen
Blaag kinderen
Billetikker jaquet of pandjesjas
Blaospiep muziekinstrument
Bleére schreeuwen
Bleik stukje grond met gras waar de was werd neergelegd
en de was werd gesproeid
Bojjum bodem van een emmer bijv.
Bottermelk karnemelk
Baktand kies
Bacht achter
Bessem bezem
Bezetting Longonsteking
Braaf 't eggest hetzelfde
Brilleschei brillenkoker
   
D  
Drats koffiedik of drap
Dörslag vergiet
Dülpus rare tienes
Dräankmolen om varkensvoer fijn te malen
Doef duif
Deél stal voor vee
Doelija domme vrouw
Derke of Den of Din meisje
Durgebont kozijnstijl van een deur
enne Dél 'n hoop of heel veel
Dukzat dikwijls
Durrum daarom
Duuster donker
Drulleke uitdrukking van een klein kind
Dingst vriendelijk
Duts deuk
Dulpus goedzak of rare tienes
Dorskast dorsmachine
Dér 'n gebaar
Daon doorn
Dojser dromerige vrouw
Dreksbak vuilnisemmer
Duk vaak of veel
Dummelig 't word langzaam donker
   
E  
Eëk azijn
Efkes even
Eierboest eierschaal
Ervél arm vol, bijv. een arm vol hooi
Elking heel, bijv. de kous is nog heel
Eerwinter eenjarig stuk vee
Èéktes hagedis
Èérbeeje werken
Èérmoej armoede
Èérmoeje klungelen of prutsen
Ègaal om 't even
Èmmere treuzelen
Èvvel 'n term die krachtiger wordt gebruikt uitgedrukt,
bijv. ge ziet niet evvel moj te loat
   
F  
Foezel oude of jonge genever
Flink Vrommes flinke vrouw
Faiëme (oubetten) kletsen
Fléér klap, mep of oorveeg geven
Feemp dunne spaan
Fetuute streken hebben
Filepiene lupine (groenbemesting)
Fichteren opzeggen van een contract
Fieterke 'n beetje
Frotte prutsen
Fimp klein meisje
Foetelen oneerlijk spel
   
G  
Güttegat afvoer van het riool
God alle welt zeg ik uitdrukking
Goeij Botter roomboter
Grieselen harken
Golde lozie gouden horloge
Gaärut gën tied helemaal geen tijd
Greendwëg grindpad
Galgen bretels
Gütsteen gootsteen
Grinzen schreien
Geie wieden of onkruid plukken
Gesluns / Gesleuns afval van 't varken
Gotzamme zegen ons uitdrukking
Gavel gaffel voor hooi
Géélverf geelzucht
Gerfkaamer sacrestie
Gewaone kunstmest van vroeger
Gaest steeg
Gedeuns gedoe
Gladdekker / Gladjanus kale knikker
Gäonderwied daarginds
Grop hebberd
Gruünspaon koperoxide
Gesleuns afval van de slacht
Goegelen schaterlachen
   
H  
Hòwklos om hout op te hakken
Hiep klein bijltje
Haffel handvol
Hommelen onweer
Hoening honing
Huüi hooi
Hemke paardentuig
Hoenderhok kippenhok
Hutspot vlees en wordt na 't slachten van een varken
Hak violen  je kunt me nog meer vertellen
Haffelen hutselen
Hompen hinkelen
Hutsturm storm in een glas water
Hélligewerke littekens in het gezicht
Holverzak onbehouwen
Hàampleman onhandig
Huiske toilet of wc
Haore zeis scherp maken
Holveren klauteren
Haerleien krans maken voor een bruiloft
Holsketting halsketting
Hoeneer waneer
Herregezien in 'n handomdraai bekeken of gemaakt
Hilteren kniebotje van 't varken
   
I  
Ingsel / Ingseling eindelijk / uiteindelijk
Inkpoes eekhoorn
   
J  
Jükst jeuk
Joekel groot van formaat
Jatten grote handen / stelen
   
K  
Knip portemonnee
Kruut stroop
Kënmëlk karnemelk
Klëump klompen
Kluutje klontje  (bijv. klontje boter)
Knient konijnen
Kruutwit kiëke bleek zijn
Kolf in de böks broek met zeer grote zakken
Köje kaantjes
Kippeköj kippenhok
Küleke gaatje
Kummelik moeilijk doen
Klut mus
Kiepevëke kippen op stok
Klëen klötje klein jongetje
Krüuske kruis
Knieptang nijptang
Kënnen Karnen van melk
Krüus Kruis
Kërs aanstëke kaars aansteken
Kussetiek kussensloop
Kappes kool
Klingelbuul stok met zakje waarin het geld werd opgehaald in de kerk
Keéren vegen
Knoie mopperen / zeuren
Kwiebus pretmaker / verwaand iemand
Keumke kopje
Köken boeren
Kwats onzin
Knoet onder de duim
Kemassen leren bovenstukje die je aandeed op 't land,
dus een laars (zonder schoenen) van leer met 'n riempje
Karnalje kwade of boze vrouw
Koeenieren plagen
Kaole kasgenaje kale kak
Krot kleine mens
Kasteijen pesten of plagen
Knoepert groot van formaat
Klüpper flink groot of omvangrijk
Kléútje / Klutje klein jongetje
Krimme kreunen
Krets schurft
Kààldfiester koukleum
Knaous / Knaos daas  / bosvlieg
Koetelen oneerlijk spelen
Koewhart boerenknecht
Krangs binnestebuiten
Kroezekraom kraanvogel
Kwak hoeveelheid
Kubel hoge hoed
Kiebes kop / hoofd
Kwekske / Kletske klein beetje van vaste stof, bijv. aardappelen
Kletkse klein beetje van vloeistof, bijv. melk
Kaonhoop grote strohhoop met strooien dak
Kobbe bol van de hoed
Kwinkeliere  
   
L  
Läoj lade
Leer ladder
Luus luis
Losse schoen open schoen
Lunks grote lange vrouw
Lange slet grote lange vrouw, groot van stuk
Lébbendig levendig
Liefke jarretelgordel
Lekmoel verwende eter
Looksaus uiensaus
Lordsigheid (lortsigheid) slordigheid
Los kleed in de jurk. zonder jas
Look uien
   
M  
Müzekeutels hagelslag
Meizuuntje madeliefje
Mërge groond 1 are grond
Miemere bessen rood of zwart
Moelberre bosbessen
Matkolf vlaamse gaai
Merling / Mel merel
Mietzak klein van stuk
Mij af en toe
Mies halsbont
Meulepaard grof en of corpulente vrouw
Meure slapen
Mistelkuul mestvracht
mowe zeuren
   
N  
Nierken herkwauwen
Nagel spijker
Nagelneej of Foonkelneej splinter
Neej nieuw
Neejerd jonge klare (foezel)
Neuje uitnodigen
Nondersakke potverdorie (vloek)
Naoke zeuren
   
O  
Överjas jas voor over de kleding
Onmundig lomp
Òre haalde middagdutje doen
Ongel dierenvet
Ozele kloukleumen
Aontussen ruilen
Òpslag miskraam
Òrtendag restjes eten
   
P  
Pröst makkelijke stoel
Pekzwart gitzwart
Pök big
Prulleke klein bloedworstje
Pökkel ronde rug
Pieper aardappel
Plak laand stuk grond
Permetiere klagen
Pérdgeschier paardetuig
Plaore sukkelen / tobben
Poest boomstronk
Pulluf groot kussen
Proper schoon / rein
Piek iets oppakken
Plakt goed 't schiet op
Péle versieren met processie of feest
Pierk / Pierek perzik
Ploegdriever kwikstaartje
Pòk / Pukske kleine big
Pannelepper vlinder
Pinnekenaks spiernaakt
Plàkke schiet op
Pies passen
Plemmets grote wond aan het lichaam
Pitelerken jas
Pulluf peluw / stevig kussen
Pet draaien pet schuin leggen en op afstand proberen en er 'n bal in te gooien
(schoolspel van +/- 1900)
   
R  
Rood moes rode kool
Rökeliezer fornuis-pook
Ruzelen in de rui
Répel voor vee aan vast te zetten
Rezenieren bemoeizucht / bazig doen
Ruien schommelen
Rui schommel
Richtige precies / juist / zuiver
Rushouwer grote eter
Rüzelen vallen van verwelkte bloemen
Rondströwen / rondbladderen klikken / roddelen
   
S  
Schoer zware regenbui (onweer)
Stékbëre kruisbessen
Stevels laarzen
Schümspaon schuimlepel
Scheenk ham
Schüpkes rapen denne-appels rapen
Schebbige wiend koude ijzige wind
Schoeks schuin
Soomp zeurderig mens
Stroontzat dronken
Schiethuus wc / toilet
Schinnen schenen
Schup Schop / Spade
Schiets-smeel zeer kleinde verwonding
Sukkerruve rapen
Stekkerruve rapen
Schötelslet vaatdoek
Schroet kalkoen
Schinaos lelijk mens
Schoerezel harde werkers
Schoersblik spatbord
Stroispierke stro / aar
Steggele ruzie / herrie maken
Semmele zeuren
Slibberen glijden op het ijs (baan)
Snierken afgluren
Schobbejak vlegel / schurk
Saras rotzak
Spelken tong uitsteken
Snuien weghalen
Smutten trekken / plukken aan iemand
Spil dunne / schiet / diarree
Schobelunder  
Schik gehad plezier gemaakt
Scherewere roepen of schreeuwen
Schoenwiks schoencreme
Stinkóllie petroleum
Stimpelpotje een potje met 3 pootjes eronder voor boven het vuur
Schuulhoed een hoed met brede grote rand
Schanderm politie van vroeger
Slip schoot (op je schoot zitten)
Schollek schort
Schuupe zwerven
Slieps stropdas
Smaàlt reuzel
Smoek sieraden
Snëjer kleermaker
Snööje fruit stelen
Spééje spugen / braken
Spuulsteen gootsteen
Strietsen stelen
Spoeien haasten
Schérlappen oogkleppen van 't paard
Schietsmeel  te niks om over te praten
Schabelier medialle
   
T  
Telder bord
Toe schoen dichte schoen
Tuit melkbus
Teumpke puntje van een zakdoek
Toomp hoek
Tuutei kippe-ei
Trekbuul accordeon
Tòffel tafel
Tòttele stotteren
Teempeltéér wilde roos / gierige vrouw
Tòòntele klungelen
Tuuimel ellende / tegenspoed
Toemoel iemand die weinig praat
   
U  
Ülskuuke rotzak van een kind
Ulling wezel
Uulnig dör rechtdoor lopen
Upper dobber van een vishengel
Upper mijt (hooi-upper = hooi mijt)
Umkuukele omvallen
Uuterèn uit elkaar vallen
Uutscharren 

het leegmaken van een bakje of potje met een mes of

spatel, daarbij echt de laatste beetjes er uit halen

   
V  
Verinnewieren vernielen of stuk maken
Verpierd wortelen met pieren erin
Verrel reep / stuk spek
Vèèke kippestok
Verhandelierd vernield / verkkreukeld
Verlodsen (Verlotsen) verwaarlozen
Verrig klaar / gereed
Vrommes vrouw
Vruute wroeten
Vinderen uitzoeken / achterhalen
Vór éven veul slordig / kan me niks schelen op welke manier dan ook
   
W  
Worsthünneke hoortje op de vleesmachine
Wiks schoensmeer
Wans oneffen
Wats draai om je oren / klap
Wies tot morgen (wies maan)
Wiets mop / grap
Wintesse samen delen (úmtuuse)
Wruiles slungel
Wruule / Wirlen draaien / woelen
Watsekkeb / Wirlen al schommelend met je billen aan komen lopen
Würvel sluiting / hangsel van een schuurdeur
Welboom machine die de grond plat maakt (gebruik achter de tractor)
Wisboom grote lange paal of boom die over de hooi- en strowagen
werd gespannen met touw
Wiet / Wietweg ver weg wonen
Waor dow aan de kant
   
Z  
Zicht zeis (klein)
Zweel eelt
Zeéjschotel trechtervormige melkzeef
Zweten transpireren
Zift zeef
Zijkklemmen / Zijkdimmen mieren
Zouwen knoeien
Zoeremoes zuurkool
Zwetsen opscheppen / bluffen
Zijkkelder gierkelder
Zatvréter tegen heerlijk eten op 'n vervelende manier nee zeggen
Zwerink de hoek omfietsen / omrijden
Zummedeen / Zummeteen dadelijk
Zoebelen zuigen
Zauw modder
Zeivere kwijlen
Zóónd jammer / zonde
Zweegel lucifer
Zúk kousen / sokken
Zeeg mak / braaf
Zouwnikkel knoeipot